Ik ben geboren in Brugge, op 24 mei 1943.
Mijn vader was een zeekapitein.
De afwezige vader is een thema dat in heel mijn werk opduikt.
Ik was een rebelse leerling.
In de toenmalige derde moderne humaniora zag ik het niet meer zitten en ik verliet de school.
Jarenlang avondcursussen gevolgd o.a. filmgeschiedenis; literatuurgeschiedenis, de talen Engels, Spaans en Frans; veel later scenarioschrijven bij Maatwerk en aan de Vlaamse Scriptacademie.
Ik werd bediende bij tuinarchitect Jacques Wirtz en werkte ook nog een drietal jaren op de redactie van Libelle-Rosita.
In 1967 huwde ik en kreeg een dochter en twee zonen.
Na acht jaar huwelijk overleed mijn man.
Die ervaring vindt zijn weerslag in mijn debuutroman Het Tranenmeer, maar niet al mijn romans zijn autobiografisch van inspiratie.
Mijn leven als auteur kende ups en downs en zo verging het ook met de belangstelling voor mijn werk.
Ik ben twaalf jaar levensgezellin geweest van Frans van Isacker, nu woon ik al twintig jaar alleen en heb een lat-relatie met een Nederlandse kunstenaar.
Ik ben grootmoeder van acht prachtige kleinkinderen.